Bij mijn vader is drie weken terug Non-Hodgkin T-cellymfomen geconstateerd. Hij klaagde over een afnemende conditie (moest zelfs rusten bij het boodschappen doen) en chronische moeheid, die vooral zichtbaar werd door chagrijnig gedrag. Alle lof voor zijn huisarts voor de snelle verwijzing en het Vlieland Ziekenhuis in Schiedam voor de adequate manier waarop zij hem hebben onderzocht (en daarmee snel een diagnose konden stellen) en voor het snel starten van de behandeling: CHOP-chemokuren.
Het stadium waarin de ziekte verkeert is IV, redelijk vergevorderd dus (er zijn maar vier stadia: bij mijn vader is het beenmerg reeds aangetast, kijk voor meer info hier, een duidelijke uitleg op de site van het UMC Groningen). Desalniettemin is de prognose nog altijd 50%. Dan moet pa wel voldoende sterk blijven om de behandelingen te ondergaan. En dat is allerminst zeker. Allereerst is mijn vader geen sporter, dus de uitgangspositie is al niet ideaal. Daar komt bij dat na de eerste chemokuur al snel duidelijk is dat hij niet wil eten en maar mondjesmaat drinkt. Begrijpelijk hoor, als alles naar karton smaakt en je vrijwel continu misselijk bent. Maar: niet eten en te weinig drinken is niet bevorderlijk voor zijn conditie. Hij neemt teveel in gewicht af: in twee weken tijd verloor hij maar liefst 4 kilo. De arts heeft hem uiteindelijk bijvoeding voorgeschreven. Thuisgekomen heeft een pittig gesprek met mijn vader geleid tot een korte opleving van zijn "eetlust", maar na een dag verviel hij in zijn oude patroon: weinig eten, veel slapen (en de bijvoeding liet hij na twee flesjes staan, terwijl er zes per dag genuttigd zouden moeten worden). Uiteindelijk is in overleg met de verpleegkundige en de arts besloten om hem weer op te nemen. Ik maak me zorgen: de wil om er zelf iets aan te doen lijkt niet aanwezig te zijn. En die is hard nodig om er uiteindelijk bovenop te komen.
0 reacties:
Een reactie plaatsen